Een K*T Brief

Over de uitslag van het bevolkingsonderzoek

Hij ploft tegelijk met een brief van het CJIB in de bus, de brief met de uitslag van mijn uitstrijkje voor het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Top, dat zijn de brieven waar je blij van wordt. Ik duw de brief met bekeuring in handen van mijn vriend en wacht tot hij hem openmaakt. Ik heb een voorgevoel over mijn brief en wil het openmaken nog even uitstellen.

Ik kijk hoe hij moppert over een verkeersboete en maak ondertussen met een knoop in mijn maag mijn brief open. Hoewel ik het al verwacht had komt het toch even snoeihard binnen en ik voel mijn hart bonzen in mijn borstkas.

In uw uitstrijkje is HPV (humaan papillomavirus) gevonden. Ook zijn er afwijkende cellen gevonden in dit uitstrijkje.

Daar staat het. Meteen bovenaan. Ik weet dat de meeste mensen graag direct de belangrijkste informatie willen lezen in een brief maar toch vind ik het hard. Het kan ook iets persoonlijker, toch? Hoi Marloes, ga eerst even zitten. Nee joh, niet meteen in paniek raken stresskip, misschien is er wel helemaal niets aan de hand, maaaaaaar…..we hebben wel wat vreemde shit gevonden. Zoiets?
Maar misschien is er wel geen goede manier om dit soort nare boodschappen over te brengen.

Ik probeer niet meteen in paniek te raken, maar ik voel hoe mijn ogen zich langzaam vullen met tranen. Kut.
“Hier was ik dus al bang voor”, zeg ik met een bibberend stemmetje. Ik schuif de brief naar mijn vriend toe en pak het bijbehorende foldertje om te kijken wat het allemaal betekent en wat mij te wachten staat. Ik mag meteen doorbladeren tot de laatste pagina’s want ik heb natuurlijk niet alleen het virus, of lichte afwijkingen. Nee, ik heb het virus plus afwijkingen, en ze zijn dus kennelijk niet licht.

“Minder dan 1 op de 100 vrouwen krijgt deze uitslag,”lees ik in de folder. Joepie, ik ben weer eens bijzonder. Mijn lief leest de brief in stilte. Zijn beide ouders zijn veel te jong overleden aan kanker. Hij vloekt en pakt onze zoon op die al een tijdje rond zijn voeten tijgert. Onze zoon.
Ik weet dat de kans dat ik daadwerkelijk baarmoederhalskanker heb enorm klein is en dat het ook nog eens heel goed te behandelen is, maar toch raak ik even in paniek. Wat nou als ik hem geen broertje of zusje meer kan geven, of toch ziek blijk te zijn. Ik kan immers helemaal niet ziek worden, laat staan doodgaan. Ik heb potdomme een baby!

De uitnodiging voor het uitstrijkje kwam binnen toen ik midden in de zwangerschap zat, dus moest ik het uitstellen. De verloskundige had mij na de bevalling op het hart gedrukt om een half jaar na de bevalling meteen het uitstrijkje te laten doen. Er was iets in de manier waarop ze dit zei en hoe ze mij daarbij aankeek dat mijn voorgevoel triggerde. In de maanden na de bevalling werd dit gevoel, dat er iets niet in de haak was, alleen maar sterker.

De bevalling was ontzettend zwaar. Oscar werd met grof geweld (tangen en daarna vacuümpomp) uit mijn lijf gerukt omdat de navelstreng om zijn nek zat en het niet goed met hem ging. Na de bevalling denk je sowieso dat het allemaal nooit meer goed komt, maar bij mij bleef het gevoel bestaan dat er iets niet goed was. Dat klopte ook wel, want ik kreeg zwangerschapsvergiftiging, ontstekingen en infecties, moeite met plassen en poepen, lage rugklachten en problemen met lopen. Daar werd ik uiteraard goed voor behandeld. Maar het gevoel bleef.

Ik sprak mijn zorgen wel uit, maar dan krijg je van die dooddoeners te horen.
“Je hebt een zware bevalling gehad, daar moet je van herstellen.”
“Na een bevalling wordt je lijf nooit meer helemaal zoals het daarvoor was.”
En mijn persoonlijke favoriet, “Negen maanden op, negen maanden af.”

Onlangs las ik een boeiend artikel op NRC. Volgens Jan Paul Roovers, hoogleraar (uro-)gynaecologie en medisch directeur van de divisie Vrouwenzorg bij Bergman Clinics, laat de nazorg voor bevallen vrouwen zoals die nu geregeld is, te wensen over. In het artikel zegt hij tevens dat vrouwen vaak niet goed weten wat hun precies mankeert en waar ze de juiste hulp kunnen krijgen.

Na een bevalling weet je lichaam volgens mij sowieso niet zo goed meer wat wat nou precies is. De hormonen gieren door je lijf, en er gaat wel even wat tijd overheen voordat je emotionele incontinentie (laat staan je daadwerkelijke incontinentie) weer een beetje voorbij is. Maar hoe weet je nou of wat jij allemaal voelt normaal is en weer over gaat?

De volgende ochtend zitten we samen bij de huisarts. Oscar is bij mijn ouders. De huisarts schrikt want zij hadden mij, met deze uitslag, eigenlijk direct moeten bellen. TWEE WEKEN GELEDEN.
Ze verontschuldigt zich hiervoor maar het interesseert mij eigenlijk niet zo. Zorg er maar gewoon voor dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt. Gelukkig doet ze dat ook. Ze belt meteen met het ziekenhuis om mij er zo snel mogelijk tussen te krijgen. Ik kan de volgende dag terecht bij de spoed gynaecoloog. Die gaat een colposcopie doen (met een soort telescoop naar de cellen in je punani turen, zeg maar) en bespreekt daarna het vervolg.

De gynaecoloog waar ik de volgende dag bij in de bekende stoel met beensteunen lig is een rustige, kundige man die de klemtoon op de Gi legt, vaGIna. Het doet mij vermoeden dat zijn wortels meer in het zuiden van het land liggen. Hij heeft de eendenbek (ook zo’n tenenkrommend woord) ingebracht en de microscoop heeft hij zo geplaatst dat hij het allemaal goed kan zien daarbinnen. Links van de stoel kan ik op een beeldscherm meekijken. Hij legt uit dat hij met een lang wattenstaafje een soort zure vloeistof op de baarmoederhals gaat aanstippen. Als er afwijkingen zijn dan zal het oplichten.

Met het staafje gaat hij aan de slag en ik hou het scherm angstvallig in de gaten om te kijken of het daarbinnen niet in een soort discotheek met stroboscoop verlichting verandert, maar er gebeurt gelukkig nog weinig.

“Zie je dat?” Bij het wattenstaafje verschijnt langzaam een licht vlekje. Mijn benen trillen en mijn hart bonkt in mijn keel. Ik zie het en knijp wat harder in de hand van mijn lief, die er altijd is om mijn hand vast te houden, good times or bad.

“Hier zit een kleine afwijking, dus daar moet ik even een biopt van nemen. Dat betekent dat ik er een heel klein hapje uithaal dat we dan vervolgens naar het lab sturen voor onderzoek. We gaan straks wel even wat verder in op de theorie.”

Met een gevoel alsof mijn vagina in de fik staat zit ik even later in zijn sobere kantoortje waar hij ons uitlegt hoe het verder gaat. Het duurt twee weken voor de uitslag binnen is. Er zijn drie uitslagen mogelijk; CIN 1, 2 of 3. CIN staat voor cervicale intra-epitheliale neoplasie en geeft de ernst van de afwijkingen aan. Het is van de uitslag afhankelijk hoe het daarna verder gaat.
Ik voel me wat rustiger nu dit onderzoek achter de rug is en er niet meteen een enorme tumor of iets dergelijks is aangetroffen, maar baal wel een beetje dat het nu nog zo lang duurt voordat ik echt duidelijkheid heb.

De volgende twee weken stort ik me op mijn werk, schrijf ik veel en laat ik me zoveel mogelijk afleiden door mijn zoon en man. Maar ik ben bij vlagen ook onrustig en strontchagrijnig. Op de dag dat ik gebeld zal worden met de uitslag krijg ik helemaal niks gedaan. Aan het einde van de middag gaat dan eindelijk de telefoon.

De assistente legt uit dat de uitslag CIN 2 is, een voorstadium van baarmoederhalskanker waarbij twee derde van de aangetroffen cellen afwijkend zijn. Maar de gynaecoloog raadt op basis van mijn geringe leeftijd en onze kinderwens aan om niets te doen en over een half jaar te kijken hoe het er dan voor staat.
Als ik ophang weet ik niet zo goed wat ik nou moet voelen. Aan de ene kant ben ik natuurlijk opgelucht omdat ze niet gelijk in me hoeven te snijden, of erger. Aan de andere kant voelt het ook klote dat het er überhaupt zit en ze misschien in de toekomst wel moeten behandelen. Ik moet het allemaal even laten bezinken.

Terwijl ik met dit onderwerp aan het stoeien ben kom ik tot de ontdekking dat er in mijn directe omgeving alleen al een aantal vrouwen nooit meedoet aan het bevolkingsonderzoek en dat in Nederland maar 7 op de 10 vrouwen een uitstrijkje laat maken. Ik ben dankbaar dat we in een tijd leven waar een ziekte als baarmoederhalskanker vaak ruim op tijd ontdekt en behandeld kan worden. Hoe tof is de (medische) wetenschap! Maar dan moeten we wel meedoen!

Nou begrijp ik als geen ander dat het uitstrijkje geen pretje is. En er zijn vast vrouwen die het ronduit verschrikkelijk vinden. Maar is het krijgen van kanker niet veel erger dan die paar minuten ongemak? Bovendien kun je er tegenwoordig voor kiezen om een zelf afnametest te doen. Ik zat, een half jaar na mijn bevalling, waarbij ik in het ziekenhuis echt het gevoel had dat het open huis was in mijn vagina, en ik het aantal zorgverleners dat daarbinnen moesten zijn niet meer op twee handen kon tellen, ook niet te wachten op opnieuw geklooi aan mijn lijf. Maar het is goed dat ik me daar overheen heb gezet!

De dagen na de uitslag begin ik langzaam weer wat meer te ontspannen en ik realiseer me dat ik blij ben dat ik in ieder geval weet dat er iets niet helemaal goed zit, maar dat ze het in de gaten gaan houden. Het heeft ook helemaal geen zin om hier nu het komende half jaar enorm over te gaan zitten stressen. We weten immers nooit wat er gaat gebeuren in de toekomst. Gelukkig maar want anders zou er ook geen bal meer aan zijn. Alles komt goed. Uiteindelijk.

Bronvermelding;
https://www.nrc.nl/nieuws/2018/10/05/als-na-de-bevalling-de-pijn-blijft-a2253519
https://www.medicalfacts.nl/2018/01/18/slechts-70-van-de-nederlandse-vrouwen-geeft-gehoor-aan-oproep-voor-uitstrijkje/

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s