Stront aan de knikker

‘Mevrouw? Wilt u ook zegeltjes? Hallooooo? Mevrouw?

Ik schrik op uit mijn dagdroom en zie dat het kassameisje met de blokjesbeugel ongeduldig met de zegeltjes in de aanslag zit en nog net niet geïrriteerd met haar ogen naar mij rolt. Ook de mensen in de rij achter mij, die inmiddels langer is geworden, kijken mij boos aan, al zie ik zelden breedlachende mensen in de supermarkt.

‘Sorry, ik stond even te dromen’, zeg ik verontschuldigend tegen iedereen en niemand in het bijzonder en de boze blikken houden aan. Ik sla de zegels snel af, prop de boodschappen in mijn tas, voordat ik gelyncht wordt, en loop met een bezorgde frons de supermarkt uit.

Ik weet van mijzelf dat ik regelmatig de neiging heb om in mijn eigen droomwereld te verdwijnen, maar dit is nou al de zoveelste keer dat ik niet op aarde ben. Vanmorgen nog stond ik mijn mond te spoelen met oog make-up remover en zocht ik tien minuten naar mijn sleutels die ik al die tijd gewoon in mijn hand had. Ik maak me zorgen. Dit zou wel hele vroege dementie zijn.

Ik hang de volle tas met boodschappen aan het stuur van mijn fiets en schud mijn hoofd. ‘Nee, geen dementie. Ik heb iets dat nog veel enger is. Terwijl ik in gedachten verzonken naar huis fiets en bijna aangereden wordt controleer ik mijzelf op de symptomen.

Verminderde eetlust? Check. Een onbedwingbare idiote grijns zonder duidelijk aantoonbare reden? Check. Wegspacen in het openbaar? Check, Check, Dubbelcheck. Stront aan de knikker.

Mijn fiets zet ik in mijn schuurtje en ik sleep de boodschappentas mee naar binnen. Terwijl ik de boodschappen uitpak en opruim, waarbij ik ongemerkt een blok kaas in de vriezer leg, probeer ik een snel opkomend gevoel van paniek te onderdrukken.

Zou het dan toch mogelijk zijn? Is er iemand door mijn zorgvuldig opgebouwde muur van paranoia, onzekerheid en cynisme gebroken? Hoe is dat mogelijk? Angstig plof ik neer op mijn met kattenharen bedekte bank. Net nu ik klaar was voor een leven als crazy catlady.

Ik probeer te bedenken wat dit precies betekent en wat ik nu moet doen. Onbekend met deze nieuwe situatie schiet me, behalve vluchten naar Mexico, niets te binnen dus besluit ik om te stofzuigen voordat ik zelf haarballen op ga hoesten. De muziek zet ik op standje burenruzie om zowel het geluid van mijn stokoude stofzuiger als mijn nerveuze gedachten te overstemmen.

Tevergeefs. IJzingwekkende visioenen van allerlei ongemakkelijk sociale situaties die dit met zich mee gaat brengen schieten door mijn hoofd en de zweetdruppeltjes die over mijn rug glijden hebben niet veel met de hitte te maken. Doodsangst en blijdschap tegelijk is een vreemde ervaring.

Misschien moet ik er met iemand over praten, besluit ik. Maar de gedachte om met een ander mens over dit angstaanjagende gevoel te praten lijkt een stap te ver. Ik stoot een van mijn katten zachtjes aan, en vertel hem dat ik misschien wel verliefd ben. De kat kijkt me neerbuigend aan, alsof ik de grootste idioot ben die hij ooit heeft gezien en ik moet lachen. Sommige dingen blijven gelukkig altijd hetzelfde.

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s