Tante Marloes

Ik pas voor het eerst een hele dag op mijn eenjarige neefje, Benjamin. Best een verantwoordelijkheid vind ik, en mijn ervaring met baby’s is ook nog niet zo heel ruim en hij is bovendien ook nog een beetje ziek. Maar uiteraard kijk ik er naar uit om een dagje alleen met hem door te brengen.

Om tien over acht in de ochtend sta ik bij mijn zus voor de deur, Benjamin en ik zwaaien haar uit, ik zet hem in zijn kinderstoel, geef hem een minuscuul stukje brood waar hij gelijk in begint te stikken.

‘Oh, great. Mijn zus is één seconde weg en ik heb hem al vermoord’, denk ik, terwijl het zweet mij aan alle kanten uitbreekt, en ik twijfel tussen de Heimlich greep of gewoon ondersteboven hangen aan zijn voeten. Benjamin loopt ondertussen net zo rood aan als ikzelf, en ik sta op het punt om hem uit zijn tafelstoel te rukken en in paniek met hem door het huis te rennen, als hij, na wat een eeuwigheid lijkt, een slijmerig stukje brood uitspuugt waar nog één hagelslagje aankleeft.

Ik ben hier net een halve minuut maar ik heb het gevoel alsof ik in die dertig seconden tien jaar ouder ben geworden, en ik begin wat beter te begrijpen waarom ‘nieuwe’ ouders er soms zo afgeleefd uitzien. Pas een kwartier later heb ik voldoende moed bij elkaar geraapt om hem het volgende stukje brood te geven en ik hou hem angstvallig in de gaten terwijl hij er met zijn vier tandjes op kauwt. Benjamin houdt zijn hoofdje scheef en kijkt nieuwsgierig terug.

Als het broodje, godzijdank, op is, gaan we tussen zijn speelgoed zitten en we vermaken ons een tijdje met zijn auto’s, die mechanisch klinkende liedjes zingen die enorm in je hoofd blijven zitten. Of eigenlijk moet ik zeggen dat ik me vermaak terwijl Benjamin op mijn schoot zit vastgeplakt en toe kijkt wat zijn gekke tante allemaal doet.

Ik hoor mijn telefoon gaan in de keuken, maar zodra ik opsta begint Benjamin gelijk te brullen op niveau brandalarm dus ik pak hem maar weer op en neem hem mee naar de keuken. Mijn mobiel is inmiddels gestopt met ‘rinkelen’, maar ik heb wel een voicemail berichtje. Ik zet Benjamin weer neer en terwijl hij zich aan mijn panty omhoog probeert te hijsen en hard loeit probeer ik het telefoonnummer te verstaan en noteren dat de beller heeft achtergelaten. Ik heb er drie pogingen voor nodig en ik begrijp nu beter waarom mijn zus mij wat minder vaak belt tegenwoordig.

Benjamin hangt nu als een aapje om mijn nek en weigert los te laten. Dus ga ik maar met hem op de bank zitten waar we zesentwintig keer achterelkaar het boekje over boerderij dieren lezen. De eerste paar keren haal ik mijn beste dieren imitaties uit de kast, tot Benjamins genoegen, en ik hinnik, knor en loei (en hoe doe je in godsnaam een konijn?), maar ik voel mijn enthousiasme en energie level rap zakken en uiteindelijk slaat Benjamin de bladzijden om terwijl ik een enorme gaap probeer te onderdrukken. Tijd voor een dutje.

Ik breng Benjamin naar zijn slaapkamer en probeer zijn armpjes in zijn pyjama mouwen te wurmen zonder iets uit de kom te trekken, of te breken en verschoon zijn luier terwijl hij ondertussen honderdtwintig ingewikkelde yogaposities uit lijkt te proberen. Ik leg hem in zijn bedje, geef hem zijn speen en knuffeldoekje en loop stilletjes zijn kamertje uit. De deur doe ik zachtjes achter me dicht en ik slaak een diepe zucht. Hoe doen ouders dit in vredesnaam dag in dag uit! Ik voel me geradbraakt.

Met de babyfoon vlakbij ga ik aan de keukentafel zitten om te schrijven. Het is heel stil en ik controleer of de stekker van de babyfoon er wel goed in zit. Ik ga weer zitten. Sta weer op en check of het volume wel aan staat. Ga weer zitten. Ik vind het te stil en sta weer op om aan zijn deur te luisteren. Ik hoor niks en in mijn hoofd spelen zich allerlei rampscenario’s af. Dus doe ik voorzichtig de deur open en pas als ik zijn kleine borstkasje op en neer zie gaan haal ik zelf ook weer adem en doe de deur weer dicht.

‘Ok, hij leeft nog, dus doe normaal en relax’. Maar de rest van zijn dutje zit ik aan tafel met mijn pen zwevend boven het papier, oren gespitst op het kleinste teken van gevaar. Ik voel me een moederbeer die haar jong moet verdedigen. Het is doodvermoeiend en ik ben zelf ook wel toe aan een dutje.

Een paar uur later haal ik hem weer uit bed. Hij is al wakker en staat te springen in zijn ledikantje, een brede lach op zijn gezichtje. Ik beantwoord zijn lach (hoe kun je daar nou niet blij van worden) en til hem uit bed, pyjama weer uit, kleertjes weer aan. Krijg zijn hoofd niet goed door de opening, zijn linker sok is inmiddels nergens meer te bekennen, maar we ploeteren vrolijk verder.

Ik geef hem een knaloranje fruithapje, dat op een gegeven moment voornamelijk in zijn (en mijn) haar zit en daarna, omdat hij nog steeds nergens mee wil spelen, zet ik de radio aan en dans ik met hem door de kamer terwijl ik zachtjes meezing. Vooral cocaïne van JJ Cale valt bij hem in de smaak. Ik krijg kramp in mijn armen maar neerzetten is geen optie.

Als om half zes mijn zus thuiskomt, voel ik opluchting. Het is voorbij, ik ben gesloopt, maar hij leeft nog! Mijn zus neemt hem van mij over en vermoeid laat ik mijzelf op de grond zakken. Tussen de enorme speelgoed chaos bedenk ik me dat ik een nieuw gevonden respect heb voor ouders, inclusief de mijne, die dit drie keer gedaan hebben. Ik heb ineens zin om naar mijn krakkemikkige huisje te gaan, waar mijn katten en de afwas de enige verantwoordelijkheden zijn die op mij wachten. En die afwas kan ook best nog een nachtje blijven staan.

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s